a

Hoe zorg ik dat mijn medewerkers na een sessie niet terugvallen in oud gedrag?

Michiel Ovaa ·
Trainer tekent ankersymbool op whiteboard omringd door sticky notes en figuren die een leertraject tonen, warm natuurlijk licht.

Medewerkers die na een training terugvallen in oud gedrag, is een van de meest herkenbare frustraties voor leidinggevenden en HR-professionals. De oplossing zit niet in meer trainingsdagen, maar in wat er na de training gebeurt: hoe nieuw gedrag wordt verankerd in de dagelijkse werkpraktijk, ondersteund door de omgeving en zichtbaar gemaakt voor iedereen. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over borging na training en gedragsverandering op de werkvloer.

Waarom vallen mensen na een training zo snel terug in oud gedrag?

Mensen vallen terug in oud gedrag omdat een training kennis overdraagt, maar de werkcontext onveranderd blijft. Gewoonten zijn ingesleten patronen die het brein automatisch volgt. Zonder herhaling, oefening en een omgeving die nieuw gedrag uitlokt en beloont, trekt de oude routine simpelweg harder.

Het menselijk brein is gericht op efficiëntie. Gedrag dat jarenlang werkte, wordt opgeslagen als een automatisme. Een training van één dag introduceert nieuwe inzichten, maar doorbreekt die automatismen nog niet. Daarvoor is herhaling nodig, samen met een concrete aanleiding om het nieuwe gedrag ook echt toe te passen. Als collega’s, leidinggevenden en de werkstructuur onveranderd blijven, is de kans groot dat medewerkers terugvallen in wat ze altijd al deden.

Terugval na training is dus geen teken van onwil of gebrek aan motivatie. Het is een voorspelbaar gevolg van een aanpak die stopt op het moment dat de trainer de zaal verlaat.

Wat is het verschil tussen kennis opdoen en gedrag veranderen?

Kennis opdoen betekent dat iemand begrijpt hoe iets werkt. Gedrag veranderen betekent dat iemand anders gaat handelen, ook als het lastig is of als de situatie vertrouwd aanvoelt. Dat zijn twee fundamenteel verschillende processen, en trainingen richten zich vaak meer op het eerste dan op het tweede.

Kennis is verklarend: je weet dat visuele communicatie helpt om boodschappen beter te laten landen. Gedrag is uitvoerend: je pakt daadwerkelijk een stift als je een idee wilt uitleggen, ook als je gewend bent om een presentatie te openen. Die stap van weten naar doen vraagt oefening, herhaling en zelfvertrouwen.

Gedragsverandering op de werkvloer lukt het best als medewerkers niet alleen leren wat ze anders kunnen doen, maar ook direct ervaren hoe dat voelt en werkt. Praktische toepassingen tijdens de training, kleine opdrachten daarna en ruimte om fouten te maken zijn hierbij relevanter dan uitgebreide theorie.

Welke omgevingsfactoren bepalen of nieuw gedrag beklijft?

Of nieuw gedrag beklijft, hangt sterk af van de werkomgeving. De drie belangrijkste omgevingsfactoren zijn: sociale steun van collega’s en leidinggevenden, de mogelijkheid om het nieuwe gedrag direct toe te passen, en zichtbare erkenning als iemand het nieuwe gedrag laat zien.

Concreet gaat het om factoren zoals:

  • Sociale norm: doen collega’s ook mee met de nieuwe aanpak, of blijft het bij één persoon?
  • Directe toepasbaarheid: kunnen medewerkers het geleerde de volgende dag al gebruiken in hun werk?
  • Terugkoppeling en erkenning: merkt de leidinggevende het op als iemand het nieuwe gedrag toepast?
  • Hulpmiddelen: zijn er gereedschappen, materialen of werkstructuren die het nieuwe gedrag ondersteunen?

Als een medewerker na een training enthousiast terugkomt maar merkt dat de omgeving niet meebeweegt, verdwijnt de motivatie snel. Borging na training vraagt daarom ook een investering van de organisatie, niet alleen van de individuele medewerker.

Hoe zorgt visuele communicatie voor blijvende gedragsverandering?

Visuele communicatie versnelt gedragsverandering omdat het nieuwe gedrag direct zichtbaar en tastbaar maakt. Een tekening op een whiteboard, een schets in een gesprek of een visueel overzicht van een proces is concreet bewijs dat iemand het nieuwe gedrag al toepast, en dat werkt versterkend.

Zakelijk tekenen heeft als bijzondere eigenschap dat het laagdrempelig is en direct toepasbaar. Je hebt geen tekenvaardigheid nodig om een eenvoudig beeld te maken dat een boodschap verduidelijkt. Omdat het resultaat meteen zichtbaar is, zien medewerkers direct het effect van hun nieuwe aanpak. Dat gevoel van succes versterkt het nieuwe gedrag.

Daarnaast helpt visuele communicatietraining om abstracte onderwerpen concreet te maken. Medewerkers die leren tekenen in trainingen, vergaderingen of begeleidingsgesprekken, merken dat hun boodschap beter landt. Dat positieve resultaat is op zichzelf al een reden om het te blijven doen. Zo wordt nieuw gedrag niet opgelegd, maar wordt het aantrekkelijk.

Wat kunnen leidinggevenden doen om terugval te voorkomen?

Leidinggevenden voorkomen terugval door actief betrokken te blijven na de training. Dat betekent: het nieuwe gedrag benoemen als je het ziet, ruimte maken om het toe te passen en zelf het goede voorbeeld geven. Borging na training is een leiderschapstaak, geen HR-verantwoordelijkheid alleen.

Praktische stappen die leidinggevenden kunnen zetten:

  1. Bespreek de training na in een teamoverleg: wat heeft iemand geleerd en hoe gaat diegene het toepassen?
  2. Geef concrete opdrachten die aansluiten op het geleerde, zodat medewerkers direct kunnen oefenen.
  3. Benoem zichtbaar wanneer iemand het nieuwe gedrag laat zien, ook als het klein is.
  4. Geef zelf het voorbeeld: als jij als leidinggevende tekent in vergaderingen of visueel communiceert, normaliseer je dat voor het hele team.
  5. Plan een terugkommoment na vier tot zes weken om ervaringen te delen en vragen te beantwoorden.

Leidinggevenden die dit actief oppakken, zien een aantoonbaar verschil in hoeveel medewerkers het geleerde vasthouden. Het gaat niet om controle, maar om het creëren van een omgeving waarin nieuw gedrag logisch en normaal aanvoelt.

Wanneer is een opfrissessie of vervolgtraining zinvol?

Een opfrissessie of vervolgtraining is zinvol als medewerkers het geleerde wel begrijpen maar merken dat ze het in de praktijk nog onvoldoende toepassen. Ook bij nieuwe teamleden, na een langere periode zonder oefening of bij de introductie van een nieuwe werkwijze is een vervolgmoment nuttig.

Een korte herhaling hoeft geen volledige training te zijn. Een workshop van anderhalf uur kan al voldoende zijn om het zelfvertrouwen te herstellen, nieuwe vragen te beantwoorden en het nieuwe gedrag opnieuw te activeren. Zeker bij vaardigheden als zakelijk tekenen, waarbij oefening direct zichtbaar resultaat geeft, werkt een compact vervolgmoment goed.

Denk aan een opfrissessie als:

  • Medewerkers aangeven dat ze het geleerde “vergeten zijn” of niet meer durven toe te passen
  • Er nieuwe collega’s zijn die de oorspronkelijke training hebben gemist
  • De organisatie een nieuwe fase ingaat waarbij de geleerde vaardigheden extra relevant zijn
  • Een teamleider merkt dat het nieuwe gedrag uit het team is weggezakt

Hoe wij helpen bij blijvende gedragsverandering na een training

Bij Teken je boodschap begrijpen we dat een training pas waarde heeft als het geleerde ook echt beklijft. Onze aanpak is erop gericht dat medewerkers na één dag al anders communiceren, en dat ze dat de dag erna nog steeds doen. We helpen organisaties op een concrete manier:

  • Onze live workshop Communicatie in beeld van 1,5 uur geeft medewerkers direct bruikbare vaardigheden die ze de volgende dag al inzetten
  • We bieden trajecten op maat aan voor teams van 8 tot 1500 personen, zowel op locatie als via internet
  • Deelnemers gaan naar huis met tekenmaterialen en een tekenschrift, zodat ze direct kunnen oefenen
  • We passen het programma aan op de context van jouw organisatie, zodat het aansluit op de dagelijkse werkpraktijk
  • Onze aanpak is laagdrempelig: tekenervarig is niet nodig

Wil je weten hoe we jouw team kunnen helpen om nieuw gedrag te verankeren? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee.

Related Articles