Vijf redenen om te tekenen in het onderwijs.

Behalve dat het tekenen het onderwijs leuk en aantrekkelijk kan maken, zijn zoveel meer redenen om te tekenen in het onderwijs. In deze blog zal ik daarvan een aantal redenen verder uitlichten.

  1. Een tekening biedt structuur voor docenten en leerlingen.

Een tekening kan werken als een kapstok waaraan nieuwe kennis kan worden opgehangen. Zo kan een tekening structuur bieden aan bijvoorbeeld de opbouw van de les, maar ook aan de inhoud van een bepaald thema.

  1. Tekenen maakt de les helder en ‘to the point’.

In een tekening is weinig ruimte voor veel onnodige details. Niet alleen omdat het maken hiervan veel tijd kost, maar ook omdat het simpelweg niet in een beeld past. Alleen datgene wat ertoe doet (dat wat de docent wil overbrengen of dat wat de leerling eruit pikt) komt zo in beeld. Zeker wanneer er ‘on the spot’ dus in de les zelf getekend wordt gaat deze selectie heel automatisch. Hierdoor ontstaat een natuurlijke selectie tussen hoofd en bijzaken. Een docent krijgt zo bovendien een helder beeld van de kennis van de student (is het beeld van de student volledig of juist over-volledig?).

  1. Tekenen geeft overzicht.

Stel: een geschiedenisleraar zegt: maak eens een grote plaat van ‘De Arabische Lente’ met daarop wat er allemaal gebeurd is. De studenten worden hierdoor gedwongen om actief met de geleerde informatie aan de slag te gaan en een (chrono-) logisch overzicht te creëren van datgene wat ze geleerd hebben. Onderzoek heeft bovendien aangetoond dat niet alleen datgene wat er getekend wordt, maar ook dat WAAR het getekend wordt in het geheugen wordt opgeslagen. Een plaatje kan door de overgrote meerderheid van de mensen in het geheugen worden opgeroepen en op die manier onthouden we dus gemakkelijker het overzicht van het geheel.

  1. Informatie beklijft beter.

Dat informatie beter beklijft heeft verschillende redenen waarvan ik er enkele zal beschrijven.

  • Zowel de linker- als de rechter hersenhelft worden geactiveerd door het combineren woord en beeld. Beide hersenhelften worden geprikkeld en betrokken om de informatie te verwerken.
  • Verschillende mensen hebben een verschillende leerstijlen die worden bepaald door, zoals de NLP dat beschrijft, aangeboren voorkeursmodaliteiten. Modaliteiten zeggen iets over de manier waarop informatie gefilterd, verwerkt- en opgeslagen wordt. Er worden 5 basis modaliteiten onderscheiden: visueel (beeld), auditief (geluid), kinesthetisch (gevoel), olfactorisch (reuk) en gustatief (smaak). Bij leren in de klas zijn er drie modaliteiten extra van belang: visueel, auditief en kinesthetisch. Door informatie zowel verbaal als visueel aan te bieden spreek je dus al twee belangrijke modaliteiten aan die elkaar versterken. Laat je een leerling vervolgens ook nog zelf tekenen, dan betrekt hij hier ook nog de derde belangrijke modaliteit: informatie ook nog kinesthetisch (via beweging en het gevoel) verwerkt en opgeslagen.
  • De leerling die verbale nieuwe informatie van een docent omzet in een eigen beeld koppelt nieuwe informatie aan al bekende beelden. Die koppeling van nieuw aan bekend werkt als een brug naar het lange termijn geheugen, waardoor de nieuwe informatie gemakkelijker beklijft.
  1. Tekenen prikkelt de leerling.

Een leraar die tekent trekt de aandacht, leerlingen worden nieuwsgierig, raken geprikkeld en actief betrokken. Leerlingen die tekenen en actief met de stof aan de slag zijn hebben ook minder kans om afgeleid te raken van datgene waarmee ze bezig zijn. Bovendien is het tekenen een speelse verfrissende manier van bezig zijn met anders soms saaie stof. Droge stof gaat leven, krijgt kleur en er ontstaat direct een beeld.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *